Papa. 4 augustus 1943 – 20 september 2024

sep 30, 2024 | 0 Reacties

Woorden bij de uitvaart van mijn vader op 29 september 2024.

 

Lieve papa,

Ik deel graag twee herinneringen waar ik heel dankbaar om ben.

Één van mijn eerste herinneringen aan jou is dat ik op je schoot zit, in de luie stoel, een stukje van het raam dat uitkeek op de Spanjaardstraat in ’s Heerhendrikskinderen. Je vertelt me dat mama en jij mogelijk uit elkaar gaan en je huilt. Ik begrijp niet wat je zegt, maar ik voel me volkomen veilig en geborgen. We eten een Zeeuwse bolus – die is heerlijk zoet en plakkerig en kanelerig. Ik voel je echtheid, betrouwbaarheid, je naakte hart. Later stonden daar vaak veel woorden en gedachten tussen, maar in deze herinnering voel ik verdriet en liefde zonder filter. Zonder enig cynisme is dit waarschijnlijk mijn fijnste herinnering aan jou.

Mijn laatste herinneringen aan jou in levende lijve zijn van je laatste week. Woensdag en donderdag ging je hart tekeer alsof je een marathon rende. ‘Wat een waanzinnig, prachtig hart’ ging het door me heen. Vrijdag was je hartslag nog steeds sterk, maar wel rustiger. Die ochtend heb ik afscheid van je kunnen nemen, met een Spotify playlist. Die week wilde ik dat je lijdensweg in het ziekenhuis zo kort mogelijk was, maar ik ben intens dankbaar dat ik dit moment nog met je heb gehad.

  • ‘Afscheid’ van Roos Blufpand om in zachtheid te komen. Wat heerlijk om je twijfelloos en woordeloos aan te raken. Dat was doorgaans anders.
  • ‘Een vriend zien huilen’ om nog even die bolus te proeven.
  • ‘Papa’ van Stef Bos, om te erkennen dat ik je soms niet uit kon staan én dat ik veel meer op je lijk dan ik soms zou willen.
  • ‘Groot hart’ van de Dijk om de dijken te breken. Papa, wat had jij een groot hart! Grote liefde en bij golven groot verdriet, grote angst en woede. In juni viel mij het zinnetje in: ‘Men who feel too much’. Subtitel: ‘De gave en opgave van een groot hart’. ‘Too much’ in de zin dat het soms zwaar is om zoveel te voelen, terwijl het ook nog eens pittig kan zijn als anderen daar dan wat van vinden, zeker als je daar zelf in gaat geloven. Zo kermde je maandag: ‘Nein, nein!’ En ‘This must stop!’, maar ook één keer: ‘Ik kan het weer niet’. Dat raakte me. Dat woord ‘weer’ kwam bij mij aan als: ‘Ik heb veel geworsteld of ik wel goed genoeg ben, met mijn geloof in God, mijn huwelijken en mijn bipolariteit’ (een label wat vaak zoveel angst en vooroordelen oproept).
    Ik heb mijn andere hand op mijn eigen hart gelegd. Papa, ik ken die worsteling! Ik heb een ander hart, maar ook mijn hart is soms bijna ondragelijk bang, groot en gevoelig. En dat is 100% goed! Jij bent bijvoorbeeld vier keer getrouwd – steeds ging je hart weer open. Je had lief en werd liefgehad. Steeds weer. Wat mij betreft is dat je 100% gegund. Je was ‘loveable’ – mijn ex en mijn vriendin hielden zonder reserves van je. Het personeel van de Gooise Warande had een zwak voor je. Je was gek, geestig, koppig, wijs, vrijzinnig. Mijn moeder keek pas foto’s terug van jullie huwelijk en het trof haar hoe jullie straalden. Lovely!

Bipolariteit -en eigenlijk elke mens- komt met licht en schaduw, bindingsangst en verlatingsangst, bergen en dalen, insluiting en uitsluiting. Zo diep als je lief had, zozeer kon je ook bang en venijnig zijn. Dan beschermde je jezelf met verhalen over je exen of gemeenten waar je met spanning was vertrokken. In mijn jeugd deelde je gedachten hoe mijn moeder niet helemaal deugde. Lange tijd heb ik dualistisch gependeld: welke ouder deed het goed en welke deed het fout? Ik hoopte op een uiteindelijke ontknoping ergens in de toekomst. Verborgen achter een glimlach, ontvluchtte ik de verscheuring die ik voelde, terwijl mijn bolus-herinnering juist toonde hoe bevrijding in het huidige moment mogelijk is.

Ook over andere spanningen deelde je jouw perspectief. Af en toe vond ik dat lastig, niet eens omdat je soms feiten vergat, toevoegde of een draai gaf, maar omdat je een donderwolk opriep. Ik gaf nauwelijks tegengas, omdat ik bang was en bevroor als je eenmaal op een spoor zat waarbij je geen tegengeluid duldde.

Lieve papa, ik ben van vergelijkbaar hout gesneden en voel steeds meer dat je met jouw leven je beste antwoord gaf op je mooie maar deels ook zware lot. Toen jouw vader op sterven lag zei een arts: ‘Nu even flink zijn Rinus!’ Je moeder antwoordde: ‘Dat is hij al zijn hele leven lang geweest!’ We overwogen de woorden ‘Nu hoeft hij niet meer flink te zijn’ in je rouwkaart op te nemen. We kozen het niet te doen, om je niet weg te zetten als slachtoffer of mislukking. Zo ziet geen van ons je. Door tijdgebrek spreek ik vooral over je scherpe randjes, in het vertrouwen dat anderen je prachtige kanten goed zullen belichten (jouw broer Hans begon daar al mee).

Zoals je weet, veranderde de blik van mijn broer, jouw oudste zoon, op zichzelf in zijn laatste, zware jaar. Hij zag dat hij soms zijn dierbaarsten een schop gaf of buitensloot, als ze hem een spiegel voorhielden. Daarmee stapte hij ook uit een bubbel met jou. Ik probeerde Floris te bewegen jou daarin mee te nemen. Floris liet me krachtig weten dat dat kansloos was, waarbij ik vermoed dat zijn felheid bedoeld was om tot mij door te dringen; niet om jou af te serveren. Ik heb aan jou te laten welke keuzes je maakte, papa. Dat vond en vind ik moeilijk, maar dat is m’n huiswerk – je nemen zoals je was en bent.

Je hebt gezegd dat je niet naar Floris’ uitvaart ging, onder meer omdat je bang was voor wat ik zou gaan zeggen. Ook de opname heb je niet teruggekeken. Lieve papa, dit trof me op verschillende manieren, misschien wel het meest in de naakte eerlijkheid die eruit sprak. Uitkomen voor een bang hart is dapper, zeker voor ‘men who feel too much’. Ik moedig je met heel mijn hart aan op de reis die je nu wellicht maakt.

  • Ik heb op mijn playlist, naast wat Schubert liederen om jou een plezier te doen, ook het nummer How could anyone ever tell you Mét je pracht en zwakten, je liefde en venijn, je eerlijkheid en ontkenning, je openheid en uitsluiting, je angst en je geloof – mét alles, alles, was jij in dit leven mijn papa, waarbij ik op schoot zat, die me voorlas en mijn boek las en loofde en wiens krachtige, grote hart ik mocht voelen tot de laatste dag van je leven:

How could anyone ever tell you,
You are anything less than beautiful?
How could anyone ever tell you,
You are less than whole?
How could anyone fail to notice,
That your loving is a miracle,
How deeply you’re connected to my soul?

Dank je wel papa!